Uit Oncyclopedia
Was er ooit een groter dichter dan 'Marhijs van Slag? Jarenlang vergezelde hij een kudde gemzen op hun trektochten over de uitgestrekte vlakten van dat onmetelijke land waar we allemaal wel zouden willen wonen, in harmonie met de natuur, de zon, de wind en de naakte meiden. We zouden dan met al onze gemsjes op het droge gemsjes tellen voor het slapen gaan en van de gems geen kwaad weten.
Hieronder het gedicht O (de aan de) Gems, uit de bundel Bij de Gems aan tafel.
Waarschuwing: Dit gedicht gaat over Gemzen.
O Gems
- O Gems, o gems,
- trillend mirakel van vernuft
- wie zag ooit schoner wonder
- in één wezen uitgedrukt?
- O gems, o gems
- o wandelende bliksemschicht
- wie vormde je, wie kneedde je
- uit water, leem en sterrenlicht?
- koppig en fier, met oren
- die horen, ogen die zien
- altijd een gezonde natte neus
- en een grappig staartje bovendien
- Klepperend klapperende hoeven
- als flamencocastagnetten
- Ja in de gemzentijd is het
- dikke dolle dwaze pret
- O O O, ja, lachen maar
- want o wat doen die gemzen raar
- Gemzen hier gemzen daar
- allemaal gemzen door mekaar
- Kijk, daar gaat er een
- En kijk, daar weer een andere
- Huppel huppel huppel, O!
- Daar stoot er één zijn neus!
- O gems, o gems
- in deze donk're koude nacht
- mis in mijn oor het toeteren
- van een gemzenkoor
- Die vrolijke glans, de lach
- achter hun ogen, ach,
- die belachelijke horens
- waar je geen raad mee weet.
- Wie twijfelt eraan, ja
- wie is er in de waan
- dat er iets beters bestaat
- dan een gemzenbestaan?
- Ik ben nu oud, het is te laat
- voor een nieuwe start
- maar een gems ben en blijf ik
- in het diepst van mijn hart.
|
|